Through social media, you can quickly alert people to new scientific findings and open access enables people also to have access to these scientific findings.
Contact-image
Jaap Seidell
On my website is a link to the repository of the Tilburg University. This way you can at least access the author version of my publications.
Contact-image
Professor
Tilburg University

Professor Arthur van Soest

Professor of Econometrics at Tilburg University.
Affiliated researcher at RAND.

(The interview below will soon be available in English)

Leeft Open Access in de economische wetenschappen?
Echt bekend is overdreven. Ik weet dat er Open Access journals zijn. Ik ken ook het experiment met Springer omdat ik daar onlangs zelf gebruik van heb gemaakt. Verder weet ik dat de meeste tijdschriften met een goede reputatie nog niet Open Access zijn en dat het nogal mistig is wat je in dat geval allemaal wel en niet op je website mag zetten. Op zich is dat trouwens wel een onderwerp van discussie binnen de faculteit. Sommige mensen zetten gewoon hun artikelen op hun website en die hebben er voor zover ik weet nooit problemen mee gehad.

Ongeacht copyright?
Je tekent een of andere tekst bij het kruisje zonder die te lezen of te bewaren. Daarna doe je wat je nuttig of nodig vindt met je artikel, bijvoorbeeld op je website zetten. Ik deed dat zelf ook. Totdat ik iemand van de bibliotheek op bezoek kreeg. Die wilde de definitieve versie van mijn artikelen hebben, maar zonder de typesetting van het tijdschrift. Die versies zouden dan op het internet mogen; de echte artikelen niet. Nou, ik heb de uitgeversversies niet van mijn website afgehaald, maar er ook geen nieuwe meer bij gezet. Verder heb ik de auteursversies van mijn artikelen toen aan de bibliotheek gegeven voor zover ik die nog kon vinden. Die zijn toen in de repository terecht gekomen. Tegenwoordig heb ik ergens op mijn site een link naar de repository zitten. Zo kun je dan bij die auteursversies. Soms is er ook een link naar mijn echte artikel, maar daar kun je alleen bij als je werkt bij een instelling die een abonnement op het tijdschrift heeft. Anders moet er apart voor worden betaald. Dus het is nu een beetje een rommeltje.
Ik merk het zelf ook. Op mijn werk kan ik overal bij alsof het Open Access is. Maar thuis lukt dat niet. Het schijnt wel te kunnen via een speciale verbinding met de bibliotheek, een soort tunnel, maar dat vind ik te ingewikkeld.

Hoe belangrijk is het dat anderen open toegang hebben tot uw artikelen?
Voor het merendeel van mijn wetenschappelijke collega’s is het niet zo belangrijk. Die werken allemaal bij instellingen die toegang hebben via een licentie of abonnement van hun instelling. Potentiële lezers buiten die kring zijn er niet zoveel. Mijn vakgebeid is te academisch. Ik krijg wel eens een mailtje uit bijvoorbeeld Rusland, Turkije, of Cuba. Die ik stuur ik dan persoonlijk een kopietje. Maar dat is beperkt.

Arthur van Soest (photo: Annemiek van der Kuil)  (photo: Annemiek van der Kuil) Arthur van Soest (photo: Annemiek van der Kuil)

U publiceert ook over pensioenen en AOW, maatschappelijk onderwerpen!
Je hebt wetenschappelijke publicaties en verhalen die geschreven zijn voor het grotere publiek dat de ESB leest of de Volkskrant. Daar schrijf ik ook wel eens voor maar heel weinig. Ik denk dat dat voor andere, meer toegepaste en beleidsgerichte onderzoekers belangrijker is. Die stukken zijn uiteraard openlijk toegankelijk. Maar dat staat op zich los van Open Access tot resultaten van wetenschappelijk onderzoek.

Bij andere disciplines, zoals de medische wetenschappen, zijn er wel organisaties die werk maken van het inhoudelijk toegankelijk maken van wetenschappelijke artikelen via een soort vertaalslag. Denk aan patiëntenverenigingen. Bestaat zoiets ook voor de economie?
Niet dat ik weet. Het zijn hier de individuele wetenschappers die daar zorg voor dragen via stukken in de krant, lezingen op conferenties en dergelijke. Ook worden er natuurlijk adviezen geschreven voor beleidsinstellingen waarin wetenschappelijke resultaten verpakt zitten. Maar het is tamelijk ad hoc en op afroep.

Als u zou willen publiceren in Open Access is er dan een fonds waaruit de publication fee kan worden betaald?
Dat weet ik niet; ik heb het nog niet meegemaakt. Soms moet je ook bij niet Open Access tijdschriften betalen. Bijvoorbeeld JASA (Journal of American Statistical Association. L.W.). Dat is geen Open Access tijdschrift, maar ze vragen wel een page rate ($65 per pagina, L.W.). Die wordt door de faculteit betaald. Daar staat dan een lage abonnementsprijs voor de bibliotheek tegenover. Maar aan het eind van de dag betaalt de instelling alles. Ikzelf als auteur betaal nooit iets. ‘Author pays’ is geen goede term voor die publication fees. Ze behoren gewoon tot de kosten van het onderzoek.
De Europese Commissie schijnt een verplichting annex fonds voor Open Access publicaties te hebben voor bepaalde onderzoeksprojecten. Maar soms is zo’n fonds niet nodig. Veel van die onderzoeken leiden tot rapporten die je voor de EC schrijft over het onderzoek en het verzamelen van de onderzoeksdata. Daarna kunnen economen in de hele wereld op basis daarvan publicaties schrijven. En die kunnen maanden of misschien zelfs jaren nadat het project is afgelopen worden gepubliceerd. Ik kan me niet voorstellen dat de EC-verplichting om die publicaties Open Access te maken zich daartoe uitstrekt. Het publiceren van de rapporten zelf loopt niet via uitgevers.

Arthur van Soest (photo: Annemiek van der Kuil) Arthur van Soest (photo: Annemiek van der Kuil) Arthur van Soest (photo: Annemiek van der Kuil)

Hoe zit het met Open Access tot onderzoeksdata?
Dat is een heel ander verhaal. Daar is nog veel discussie over. Steeds meer tijdschriften eisen dat de data die gebruikt worden voor het artikel ook toegankelijk worden gemaakt. Zelf lever ik ze zelf ook altijd aan als degene van wie ik de data gekregen heb dat toestaat. Dat kan nu vanwege de digitalisering en het is belangrijk voor de reproduceerbaarheid van de onderzoeksresultaten. Ook wil ik ze in het onderwijs kunnen gebruiken, evenals de data van anderen.

Maar je kunt data niet altijd zo maar in omloop brengen. Bijvoorbeeld vanwege privacygevoeligheid. Soms gaat het om microgegevens die zo gedetailleerd zijn dat anonimisering niet afdoende is. Door een combinatie van gegevens blijven bijvoorbeeld huishoudens dan traceerbaar. Daar moet je eerst goede afspraken over maken of je moet de gegevens alleen op een hoger aggregatieniveau beschikbaar stellen. Voor sommige vakgebieden zijn die gegevens dan nog waardevol, zij het niet meer voor mij.
Ook de economische waarde van data is een punt. De bibliotheek heeft abonnementen op dataverzamelingen zoals van Datastream. Dat is een bedrijf dat gegevens in omloop brengt over aandelenprijzen of macro-economische grootheden. Die gegevens hebben economische waarde; ook wetenschappers moeten er voor betalen.

Kortom, dataverzamelingen zijn zeker niet altijd Open Access. Maar het blijft een goed streven eigen data zoveel mogelijk ter beschikking te stellen voor collega onderzoekers. Ik ben ook betrokken bij een aantal datacollectieprojecten vanuit de filosofie dat data voor wetenschappelijk gebruik zo ruim mogelijk beschikbaar moeten zijn. Wetenschappers moeten er dan wel vaak voor tekenen dat die data alleen voor onderzoeksdoelen zullen worden gebruikt. We hebben hier bij de universiteit CentERdata, een instituut dat op die basis data verzamelt en beheert.

Op welke basis komt het kwaliteitsoordeel tot stand in uw discipline?
Er spelen bij ons nog veel factoren een rol. Het schrijven van een goed ontvangen boek, het leveren ven een goede conferentiebijdrage als presentator of als discussiant, het telt allemaal wel een beetje mee voor je reputatie. Je rol in projecten bij de opzet van het onderzoek of bij het schrijven van een artikel of rapport blijft niet onopgemerkt. ‘Word of mouth’ speelt een niet verwaarloosbare rol in mijn discipline.
Maar de publicatie- en citatiedwang is wel in opmars. Mijn departement krijgt een vergoeding voor het onderzoek dat ik gedaan heb die vooral gebaseerd is op citaties naar mijn werk enerzijds, en anderzijds op hoeveel en hoe lange artikelen ik gepubliceerd heb in tijdschriften, gewogen met een maat voor de kwaliteit van elk tijdschrift. Het gaat daarbij niet zozeer om de citaties van de individuele artikelen als wel om de Journal Impact Factor van de tijdschriften waarin je publiceert. Op die factor is wel kritiek, maar over het algemeen komt het resultaat toch wel overeen met je gevoel. Als die factor hoog is, is het ook wel een prestigieus tijdschrift. Het telt in toenemende mate als je daarin publiceert en leidt er ook toe dat ‘recycling’ van publicaties een rol speelt. Ik heb daar geen probleem mee. Op hoe meer plaatsen een bepaald resultaat in omloop wordt gebracht, hoe bekender het wordt. Zeker als dat via gerenommeerde tijdschriften gebeurt. Het wordt als een objectieve prestatiemaatstaf gezien. Bij een afscheid werd een collega onlangs expliciet geroemd vanwege een artikel dat wel 187 maal geciteerd was. Zoiets. Wij werken niet met de h-index; de faculteit heeft zijn eigen formule ontwikkeld.

Zijn er ook ontwikkelingen naar meer open peer review?
Nee. Het peer review is bij ons altijd `blind’ in de zin dat de reviewer anoniem blijft, en vaak ook ‘double blind’. Soms moet ik daarvoor ook twee versies van een artikel aanleveren: een gewone en een geblindeerde, waaruit alle kenmerken gehaald zijn die het artikel tot mij kunnen herleiden. Ik weet ook niet wie de peer reviewers zijn; ook achteraf niet. Het risico van open peer review is dat je elkaar naar de mond gaat praten: laat ik nu maar aardig over zijn artikel doen want de volgende keer is hij mijn reviewer en wil ik dat hij aardig is voor mij. Uit de economische speltheorie kennen economen als geen ander de menselijke drijfveren bij dergelijke interacties.

Netwerken als SSRN spelen met name een rol bij nog niet gepubliceerde papers. Als ik op zoek ben naar een paper over een bepaald onderwerp dan kom ik via een zoekmachine vaak bij SSRN terecht en kan ik via SSRN het gevonden paper downloaden. Preprints verschenen vroeger als kleine boekjes bij universiteiten en onderzoeksinstellingen, nu zijn ze meestal alleen digitaal beschikbaar en vind je ze via SSRN. Preprints zijn erg belangrijk in ons vakgebied omdat er vaak (vele) jaren overheen gaan voordat iets in een tijdschrift wordt gepubliceerd.

Interview by Leo Waaijers and Annemiek van der Kuil on 6 October 2009.
Photography by Annemiek van der Kuil.